How to bring a blush to the snow

How to bring a blush to the snow

19 nov 202128 jan 2022

Plaatsmaken nodigde twee jonge schilders uit om een zeefdruk te maken. Voor Marie Reintjes, MR (1990) is het de eerste keer dat ze dat doet. ‘Voor mij is het een uitdaging om uit te zoomen en tijd te nemen om in lagen te denken.’ Liesbeth Piena, LP (1993) heeft al meer ervaring met zeefdruk. Ze studeerde eerst Grafisch Ontwerpen aan ArtEZ, daar maakte ze een boek in zeefdruk. Daarna ging ze schilderen op de AKI in Enschede.

VIRTUOSITEIT

In het werk van Reintjes ervaar je de realiteit weliswaar, maar met een vervreemdende twist. Want hoewel je een hele zachte laag onder de alledaagse onderwerpen vermoedt, is hoe zij die op doek overbrengt feitelijk uitsluitend een formele kwestie. De broeierige emotionele ondertoon botst op een plezierige manier met de zakelijke virtuositeit die in haar schildershand besloten ligt.
In het werk van Piena is een duidelijke beeldtaal herkenbaar. Vormen die aan planten doen denken worden over elkaar heen geplaatst, middels een vernuftig spel met kleuren en transparanten. Het werk is als een puzzel die voor eens en voor altijd wordt opgelost. Er is een grote onvermijdelijkheid in het uiteindelijke schilderij. Het oplossend vermogen van de jonge schilder is beslist indrukwekkend. ‘Voor zeefdrukken moet je gestructureerd kunnen denken en werken.’

Inge Pollet, IP: Hoe begin je aan een nieuw werk?

MR: ‘Ik sta altijd semi -aan met opletten of ik dingen zie die ik schilderbaar vind. Daar maak ik foto’s van. Om me heen zie ik al veel elementen die ik wil schilderen en die neem ik als foto mee naar mijn atelier. Ik heb een voorraad van allerlei maten doeken zodat ik kan kiezen. Als ik heel enthousiast ben over een beeld wil ik daar direct mee starten. Ik vind het leuk aan schilderen dat het veel verder gaat dan de verbeelding.’

IP: ‘Maar wát maakt dat je ergens een foto van maakt?’

MR: ‘Dat zijn formele dingen. Kleurvlakken, een lijn, een diagonaal een stapeling van horizontale kleurvlakken. Ik denk dat ik het in mijn hoofd alvast wat abstraheer. Het gaat vaak over bijzondere kleuren, vanuit een bepaalde hoek waarin compositie interessant is.’

IP: ‘Formele dingen dus, niet iets wat je emotioneel raakt.’ Ze laat een foto zien. Een zwarte vogel zit op een hek, strak diagonaal gepositioneerd, tegen een felblauwe lucht. Je herkent het direct als een Reintjes.

MR: ‘Dit beeld maakt iets in mij wakker, ik denk: Oh yes, dit ga ik schilderen. Dat heeft hier te maken met de diagonaal. Laatst was ik mijn potlood aan het slijpen en de krul die daaruit kwam was direct een fijne dwarrel die ik wilde schilderen.’
LP: ‘Het moet bij jou wel in één keer goed staan, zo ziet het eruit.’
MR: ‘Ik laat wel meer fouten toe.’
LP: ‘Corrigeer je dan?’
MR: ‘Niet altijd. Soms wordt het een onderlaag voor een nieuw schilderij. Corrigeren of poetsen zie je snel terug in het werk en dat wil ik niet. De laatste tijd ben ik toleranter, vooral bij het toelaten van een beeldelement dat ik van tevoren niet had gepland, maar dat dan wel een mooie gelaagdheid geeft. Daarmee wordt het iets anders dan de foto. Dat is leuk aan schilderen, reageren op het voorgaande, het is een spelletje om scherp te blijven, niet te veel toegeven aan wat moet, maar ook open staan voor wat het beeld vraagt. Steeds bezig zijn met: Wat is de volgende stap?’

IP: ‘En daar zit de ruimte; het beeld vraagt iets anders van jou’.

LP: ‘Maak je wel eens twee schilderijen van één afbeelding?’
MR: ‘Ja. Ik heb weleens dat ik twee tegelijkertijd maak, maar dan zijn ze toch heel verschillend. Als ik twee keer hetzelfde moet doen is de spanning weg.’

CONCENTRATIE

Liesbeth is een tijdje bezig geweest met andere dingen dan dagelijks schilderen. Ze won de Sieger White prijs die kwam met een boek en een tentoonstelling. Met name het boek slokte veel van haar aandacht op. Ze verhuisde naar een nieuw atelier, en wel het atelier van wijlen Ad Gerritsen in Heveadorp. (Beelden worden opgeroepen, rekken vol schilderijen, het intense plezier dat Ad in het schilderen had, vier, vijf doeken tegelijkertijd waarvan er dan misschien drie de eindstreep haalden.) Liesbeth is zich bewust van de geschiedenis van haar plek. Ze bestudeerde het werk van Ad en realiseert zich de bijna-verbinding. Hij doceerde op de AKI voordat zij er was, hij werkte vijfentwintig jaar in het atelier waar zij nu is.

LP: ‘Ik heb nooit echt een plan, ook niet als ik zeefdruk. Tekenen brengt me in een goede concentratie. Daar haal ik de vormen vandaan. Het is botanisch en ook weer niet. Vormen die zijn samengesteld, je kunt ze niet echt een plant noemen. Ik schilder een paar lagen, kijk goed naar wat erbij kan qua transparantie. Ik heb wel vaak een idee van een kleur in mijn hoofd, van de sfeer die erin moet. Dat verdwijnt toch halverwege. Als ik begin op een zonnige dag begin en het raakt bewolkt dan heeft dat invloed op de kleuren die ik gebruik. Ik werk met olieverf dus het duurt lang. Ik laat alles echt drogen voor ik verder kan. Een schilderij staat vaak wel vier weken, ik werk aan verschillende dingen tegelijk.’  

IP: ‘Je werkt in series? En je begint gewoon ergens, met tekenen, om concentratie te vinden. In principe werk je niet naar foto’s?

LP: ‘Ja, vaak ontstaat er een serie. Qua formaten werk ik ook in reeksen. Ik werk nooit naar foto’s. Ik kijk naar vormen die ik zelf bedenk in snelle schetsen. Daar komen onbedachte vormen vandaan. Dat zijn de goede stukjes om te gebruiken, de spannendere vormen.’
MR: ‘Soms is het heel leuk om iets te doen dat buiten je comfortzone ligt.’

PLANNEN

IP: ‘En wat zijn jullie plannen de komende tijd?’ 

LP: ‘Ik heb zin om grote doeken te maken. Ik heb een aantal bossen gemaakt. Tekenen is een goede bron. Wat ik nu hier doe heeft invloed op het schilderen. Op textiel zeefdrukken lijkt me mooi, en dan opspannen. Ik wil een behang maken. Kleur en vormgevoel kun je op verschillende manieren gebruiken.’
MR: ‘Mijn beeldverzameling is enorm groot. Soms kom ik dingen tegen waarvan ik denk dat ga ik doen zodra ik in de studio ben. Maar het is onvoorspelbaar. Ik denk niet verder dan een week vooruit.’
LP: ‘Je ziet pas achteraf hoe de dingen samenhangen.’
MR: ‘Klopt, je kunt jezelf pas achteraf samenvatten. Ik ben wel veel stenen, veren en takjes aan het verzamelen, niks met kunst hoor, maar toch komen ze stiekem in het schilderwerk. Ik ga het liefst alle kanten tegelijk op. Maar niet in volgorde.’

Tekst: Inge Pollet