Altered Breath | Kokkels in de Zon

“Welke associaties heeft u bij de zin: de schaduwkant van het leven?” Deze vraag werd aan mensen met verschillende culturele achtergronden gesteld. Wat bleek is dat personen uit overwegend koude landen, schaduw associeerden met melancholie, duisternis en kou. Terwijl mensen uit warmere landen schaduw juist als positief ervaarden. Ze relateerden het aan ontspanning en verkoeling.

Eenzelfde soort verwarring zie je terug in de titel van de tentoonstelling van Astrid Nobel en Dorien de Wit. De titel speelt met de cultureel bepaalde associatie van het woord zon. In deze context refereert het aan de massale kokkelsterfte van de afgelopen jaren. Door aanhoudende hitte verbranden de kokkels levend op droogvallende zandplaten, wat gevolgen heeft voor het hele ecosysteem van het Waddengebied.
De onophoudelijk aanwezigheid van de zon heeft haar sporen nagelaten in het werk, de werkomstandigheden in de werkplaats, de gedachtes van Astrid en Dorien en uiteindelijk in de titel. 

In de tweede tentoonstelling uit de serie Altered Breath vormt water het verbindende element. Voor Astrid is de zee nauw verbonden met haar persoonlijke leven. Ze is geboren op Ameland en in haar werk speelt de zee een prominente rol. De tegenstelling van de kwetsbaarheid van de zee en haar monumentale kracht, vormt één van de uitgangspunten van haar werk.

Het werk van Dorien is multidisciplinair en bestaat uit tekeningen, video- en audio-installaties, teksten en (audio)wandelingen. Ze houdt zich in haar werk bezig met vragen over de waarneming, het bewustzijn en ons denken. Op verschillende manieren onderzoekt ze de grenzen van ons realiteitsgevoel. In haar nieuwe gedichten vormen grenzen ook het uitgangspunt. Ze beschrijft de grenzen tussen lucht en water, ze ontdekte hoe elke bubbel in schuim een perfecte balans is tussen deze twee elementen.

In voorbereiding op haar werkperiode is Astrid op zoek gegaan naar materialen die persoonlijk voor haar belangrijk zijn. Ze verzamelde kokkels op het strand en maalde deze skeletten tot een fijn poeder waar ze vervolgens mee kon zeefdrukken. Aangespoelde stookolie, fossiele botten uit de Noordzee, walvisbot en zand vermengde ze met zeewater en transformeerde ze tot verf.
Ze experimenteerde uitvoerig met deze speciale materialen. Doordat de verf ging schuimen tijdens het drukken ontstonden er nieuwe beelden. De originele beelden vervaagden en veranderden door deze bijzondere werkwijze in een droomachtige nabeelden. 
Als onderwerp gebruikte ze onder andere dode zeepaardjes en mosdiertjes. Ze legde deze kleine zeedieren direct op de belichter om de zeef mee te belichten. In tegenstelling tot de kokkels, komen zeepaardjes juist steeds vaker in Nederland voor vanwege de opwarming van het zeewater. Ze spoelen gemakkelijk aan door het verdwijnen van waterplanten op de zeebodem. Ook de mosdiertjes zijn een opvallende aanwezigheid. Ze leefden altijd al in de Noordzee, maar bedekken om nog onduidelijke redenen sinds enkele jaren massaal de stranden.
Haar werkwijze is bewust langzaam en handmatig. Ze besteedt uren, soms dagen, aan het maken van haar pigmenten. Ze koopt zo weinig mogelijk om haar werk te kunnen doen en gebruikt lokale materialen waarbij het belangrijk is dat ze deze zelf vindt.

Terwijl de rivieren rondom Arnhem langzaam opdroogden schreef Dorien over haar relatie tot water. Zoekend naar een taal voor de grenzen tussen water en het lichaam, tussen water en lucht, maakte ze een reeks gedichten. Ze bevroeg de paradox dat alles via begrenzing met elkaar verbonden is. Hoe het lichaam het water kan betreden en ook andersom: hoe ons lichaam onvermijdelijk een paar druppels oceaan bevat. Hoe water bijeengehouden wordt door een onzichtbaar vlies, want anders zou het toch telkens vervliegen naar de wolken?
Hierbij heeft ze (handgeschreven) tekens en letters gebruikt die een beeldende verwantschap hebben met water. Op een intieme manier heeft ze beschreven hoe water een politiek wapen kan worden. Wie heeft er toegang toe, kan je het water bezitten, wie is er verantwoordelijk voor?

Deze tentoonstelling laat de wrange schoonheid van een beschadigde wereld zien. Het toont op een subtiele, persoonlijke en indringende wijze de gevolgen van het industrieel kapitalistische handelen. Hoe kunnen we ons een nieuwe wereld voorstellen op deze ruïnes? Wat gebeurt er als we de zee niet langer zien als een oneindige watermassa waar je ongestraft afval en gif in kan gooien, maar als een deel van onszelf? Als een deel van ons collectief bewustzijn waar nieuwe ideeën aanspoelen op vervuilde stranden en met elkaar verbonden worden in een toxisch schuim. 

Deze gemeenschappelijkheid en verbondenheid ligt aan de basis van dit programma. Altered Breath, een serie werkperiodes en tentoonstellingen heeft een focus op de commons. Commons zijn gedeelde natuurlijke hulpbronnen zoals water, lucht en land, maar ook informatiebronnen zoals teksten, beelden en computercodes. Ze zijn toegankelijk voor alle leden van een samenleving. Maar bovenal kunnen commons worden gedefinieerd als een sociale praktijk waarbij een hulpbron niet door een staat of een markt wordt beheerd, maar door een gemeenschap van gebruikers of in dit geval: kunstenaars.

Kunstenaars en schrijvers werken gedurende drie maanden in de grafische ateliers van Plaatsmaken. Omdat ze werken in edities, is er de mogelijkheid om de prints te delen in een collectieve database. Zo ontstaan nieuwe commons. Tijdens hun werk bij Plaatsmaken kunnen de deelnemende kunstenaars de werken die in de database staan als uitgangspunt nemen voor nieuw werk. Verder gaan waar een ander is geëindigd. Zo maakte Marijn van Kreij in de eerste tentoonstelling veel gebruik van organisch materiaal om zijn werk mee te drukken. In een compleet andere vorm speelt dit in deze tentoonstelling ook de hoofdrol.

Tekst: Wouter Venema, curator

Projecten