Mirka Farabegoli: inspiratie uit Spanje en Bolivia
Mirka Farabegoli (1983) studeerde in 2009 af aan ArtEZ, aan de afdeling Fine Art Arnhem. Haar werk is een uitbundig feest en een daadkrachtige vermenging van het bovennatuurlijke met gewone, banale zaken.
Tijdens haar eindexamenjaar verbleef ze drie maanden in Spanje. ‘Dat was voor mij een heel bewuste keuze. Ik had altijd al een fascinatie voor de kleurigheid en uitbundigheid van de Spaanse cultuur. Ik wilde dat met eigen ogen zien en meemaken. Achteraf denk ik dat Spanje een brug was naar Zuid-Amerika, waar die cultuur nog veel kleuriger is.’
In november vertrok Mirka voor drie maanden naar Bolivia. Ze verbleef bij een vrijwilligersorganisatie en maakte met twee andere kunstenaars als vrijwilliger een muurschildering. Ook had ze er een atelier, maar veel heeft ze er niet gewerkt. ‘Ik ben er vooral heengegaan om dingen te bekijken en in me op te nemen. Ik hoopte dat ik een compromis zou vinden tussen mijn eigen werk en wat er daar gebeurde. Wat je hier in Europa voornamelijk te zien krijgt van de Zuid-Amerikaanse cultuur heeft een hoog Kitsch Kitchen-gehalte, of juist een heel verantwoorde National Geographic-achtige sfeer. Ik wist dat er ook een andere manier zou zijn om naar de cultuur te kijken. Ik heb bijvoorbeeld heel veel bewondering voor het feit dat ze daar het katholicisme naar hun eigen hand hebben gezet. Je hebt er de gebruiken, de heiligen, de feestdagen, maar wel verpakt in knalkleuren die je hier nooit zou aantreffen in combinatie met de kerk.’
Maar wat is het dan precies wat haar aanspreekt in de Spaanse of Zuid-Amerikaanse cultuur? ‘Het is een wereld die niet echt bestaat, maar die voor de mensen wel heel belangrijk is. De rituelen fascineren me. Ze zijn een tussenvorm die een andere wereld aanduiden. Daar gaat mijn werk over, dingen die niet bestaan maar wel hun oorsprong in de werkelijkheid hebben, en de manier waarop mensen daar mee omgaan. De gedachte dat je iets zou kunnen veranderen aan je lot, door te aanbidden of te offeren. En, wat ik al eerder zei, de samensmelting tussen dat geloof en de traditionele kleurige cultuur. Die verhevigt de beleving van de gebeurtenissen. Die feestelijkheid brengt je echt in een andere wereld.’
Farabegoli was getuige van de lange aanloop naar het jaarlijkse carnaval. In november begonnen de verschillende bevolkingsgroepen al te oefenen met hun eigen dans. ‘De mijnwerkers repeteren bijvoorbeeld de Diablada, de duivelsdans. In het donker houden ze rekening met de aanwezigheid van de duivel, en dat gevoel wordt dan omgezet in een dans. Soms werd er midden op straat gerepeteerd, heel intensief. Je merkt de grote waarde die de mensen hechten aan carnaval. Er ontstonden allerlei mini-carnavalletjes door de hele stad in de aanloop naar het grote feest. Het is als westerling onontkoombaar, overal zie je het gebeuren. Groepen met delen van hun kostuums aan, sommige zijn zo zwaar dat je die niet draagt als het niet per se nodig is. De mensen zijn heel open, vertellen graag. Je kunt je als vreemdeling prima bewegen tussen de bevolking zonder je ongemakkelijk te voelen. Bepaalde ideeën die ik had bleken wel te kloppen, maar er waren ook verrassingen. Die zaten voornamelijk in de gebruikte materialen van de kostuums en feest-attributen: plastic met hout, synthetische met lamawol. Die tegenstellingen vond ik interessant, dat twee zo verschillende materialen aan elkaar gelijkgesteld werden.’
Terug in Nederland begon vrijwel direct haar werkperiode in Diepenheim. Ze werkte daar aan grote tekeningen die in het kader van de AanZet kunstprijs in een solotentoonstelling te zien waren. Het was alsof een opgespaarde energie er in een razendsnel tempo uit moest op papier. Veelkleurige halfwezens paraderen rond in werelden die niet van hier zijn, en vermengen zich vaak letterlijk met hun omgeving. Hoe ziet ze zelf haar reis terug in het werk? ‘Je bent altijd onder invloed van wat je hebt gezien. Nu ik een tijdje terug ben komt Nederland weer terug in het werk. In La Fusion bijvoorbeeld, zie je linksonder een kale boom. In Bolivia staan de bomen het jaar rond in bloei. Toen ik terug hier was, besefte ik dat die wisseling van de seizoenen heel Nederlands is. Je zult in Zuid-Amerika nooit iemand in een carnavalspak naast een kale boom zien.’
Na de grote tekeningen was het tijd voor kleiner werk. Tijdens de zomer werkte Mirka in de ateliers bij Plaatsmaken. Ze verheugde zich erg op het etsen, ‘Dat kon ik in Bolivia niet doen’. Het was een periode van bezinning na de uitbundigheid van het grote werk. De afwisseling in technieken vindt ze prettig. Ze verzint daar ook haar eigen verhaal in, zo moest er gezeefdrukt worden over de etsen heen. ‘Alles ontrolt zich nu heel vanzelfsprekend. Na de tekeningen en etsen, is de muurschildering na mijn verblijf in Bolivia nieuw in mijn repertoire.’
In de tentoonstelling bij Plaatsmaken is een spannende combinatie van tekeningen en grafiek te zien.
Inge Pollet
