Van
‘hard zwart’ naar ‘zacht wit’
De Apeldoornse kunstenaar
Ferry Staverman (1947) studeerde eind jaren zestig aan de Vrije Afdeling van de
kunstacademie in Den Haag. ‘Het was daar erg gericht op toegepaste kunst binnen
architectuur, zoals wandschilderingen. Ik zat zelf ook lange tijd helemaal in
die sfeer, voelde me er bij thuis. Ik heb bijvoorbeeld een paar
wandschilderingen van Sol LeWitt uitgevoerd. Ik maakte zelf strakke aquarellen,
vlakken met veel zwart. Hellingen met dramatische weggetjes naar de einder
erin, dat werk. Mensen spraken me aan op dat dramatische aspect van mijn werk,
die eenzame lijnen. Daar had ik op zeker moment genoeg van.’
Keerpunt
Staverman besloot het over een andere boeg te gooien. Open moest het, en hij ging zoeken
naar structuren met veel lijnen in blauw en rood.
Alles werd geometrisch en
ook wel gesloten. ‘Ik hield er juist van dat het werk voor mij vol betekenis
zat en voor de kijkers niet, dan kwamen ze in ieder geval niet in de verleiding
iets in te vullen. Ik hield graag zaken verborgen en dat ging prima met het
soort werk dat ik toen maakte. Het jaar 2000 was voor mij een keerpunt. Ik
maakte een objectje van karton en daar bleef ik maar naar kijken. Ik zag er
weliswaar een geometrische vorm in, maar toch had het iets zachts. Het was een
halve cirkel die steeds slapper werd, en toen ik het tenslotte openvouwde was
daar opeens een vrouwfiguurtje. Dat vond ik zo bijzonder! Het vrouwtje werd steeds zachter naarmate ik
eraan verder werkte.’
Vocabulaire
Ondertussen werkte
Staverman bij Paleis het Loo als educatiemedewerker.
‘Het drong tot mij door
dat de witte objecten in de tuinen daar, de fonteinen en symmetrische
ornamenten ook verband hielden met mijn werk. Plotseling was er een periode
waarin veel dingen voor mij samenkwamen.’ De objecten van karton ontwikkelden
zich razendsnel tot een geheel nieuw vocabulaire voor Staverman. De puntige
vrouwtjes kregen zachtere vormen, er ontstonden bomen, alles, en in elk
formaat, waar een situatie om vroeg. Toch blijft het oude ‘verbergen’ nog een
kleine rol spelen. Om zijn objecten wikkelt de kunstenaar touwtjes, bedoeld om
het oog niet direct tot in het hart van het werk te laten komen. ‘Ik zie ze als
autonome kunstwerken, maar ik ben niet echt een kunstenaar die zich in een hokje
laat stoppen. Op de academie zette ik net zo lief speakertjes in elkaar.’
Internet
Inmiddels mag Staverman
zich verheugen in een toenemende belangstelling voor zijn werk. ‘De
tentoonstelling Interior Outside in
2007 betekende voor mij een grote doorbraak. Daarna volgde de papierbiënnale in Apeldoorn. Ik kreeg zeer veel
aandacht, met name op internet. Dat is tot op heden zo gebleven. Daardoor ben
ik over de hele wereld terecht gekomen, momenteel is er werk van mij te zien in
het Museum for Art and Design in New
York. Ik doe ook veel in Engeland.‘
Voor de tentoonstelling
‘Strategieën voor schoonheid en reflectie’ maakte Staverman nieuw werk op groot
formaat. Deze meer dan manshoge sculpturen geven de indruk dat je door een
surreëel bos wandelt. En wanneer je een heleboel van de kleinere werken bij
elkaar ziet, ervaar je hetzelfde. Een bos in plakjes, met draden als gedachten
er omheen gespannen.
Inge Pollet
